• Image 05
  • Image 05
  • Image 04
  • Image 02
  • Image 05
  • Image 01
  • Image 03
  • Image 05

Column

Veel tekst op een webpagina is eigenlijk not done. Maar toch geloven we dat goede tekst altijd zijn weg vindt. Maximaal 800 woorden. Meer zijn het niet. Column geschreven met als rode draad fietsen, sporten. Voor fietsreizigers, wielrenners, mountainbikers. Voor iedereen die uren op het zadel zit en wellicht dezelfde gedachtenspinsels heeft als de schrijver. Veel leesplezier. 
Deze columns zijn verschenen in het tijdschrift Bike and Trekking.

Lieve pa en ma

Groeten uit Kirgistan. Land van glooiende heuvels waar paarden dartelen in de wei omzoomt door besneeuwde bergtoppen met blatende geiten en altijd blauwe luchten. Met ons gaat het goed. Lisette is tot het bot toe in haar nek verbrand. Had even niet in de gaten dat een ander shirtje ook een ander boordje betekend. Vorige week heeft ze nog de prullenbak vol gekotst om daarna ter nauwernood de wc te halen voor de afrondende werkzaamheden.

Net na ons vertrek heb ik ergens in "the-middle-of-nowhere" mijn voornaaf uit elkaar gehaald voor wat onderhoud (daar had ik nu tenslotte eindelijk eens lekker de tijd voor) om erachter te komen bij het monteren van het geheel dat ik conussleutel 13 per ongeluk thuis had gelaten. Kenners weten wat dit inhoud. Voor de leken onder ons: je kan je voorwiel niet meer vast draaien en da’s lastig bij het bestormen van onverharde wegen.

Gelukkig wel een paar dagen paard gereden. In de promotiefilmpjes zie je altijd een gelukzalige buitenlander op een paard met een oase van geluk om hem heen. In de praktijk voel je twee open geschuurde binnenbenen en een totaal beurs geslagen mannelijkheid. Nu weet ik waarom meisjes liever paard rijden en jongens een brommer.

Oh ja, we eten alleen nog maar rauwkost. Da’s goed voor je. Rauw fruit, rauwe groenten, rauw vlees, alles rauw. De benzinebrander heeft het begeven en er is hier in de buurt geen hout te vinden voor een vuurtje.

De mensen zijn gelukkig erg aardig. Zij spreken Russisch en ik spreek Nederlands. En dat gaat best wel goed. Altijd verrassend wat er gaat gebeuren. Gelukkig begint een bezoek altijd eerst met veel thee en brood en gaat het daarna over in wodka en dan maakt het geen zak uit welke taal je spreekt.

Op dit moment is het ongeveer nul graden en regent het een beetje. Ik sta met mijn blote kont in het open veld boven een stinkend gat voor de zevende keer deze nacht mijn behoefte te doen. In de yurt waar we slapen liggen we met 12 stikkende, ronkende mensen opeengepakt proberend de kou te verdrijven. Alleen als ik op mijn linkerzijde lig blijven mijn darmen enigszins rustig maar da’s ook mijn zijde waar ik ooit in Ghana dat ongeluk heb gehad dus moet ik af en toe van de pijn omdraaien waarna ik maar met grote moeite een een waanzinnige berg metershoge dekens van mij af kan werpen en met samen geknepen billen de 120 meter verderop liggende plek des onheils kan bereiken zodat ik nu met mijn broek op de enkels de zon zie opkomen en de paarden zie dartelen in de wei……..en dat is mooi….erg mooi…..een snik, gevoel van geluk, opeenborreling van vrijheid en een diepe zucht…..weer een paar kilo ontlasting lichter......plaatje

Investeren? Goede zaak

Ik zie mijzelf nog zitten. Voorjaar 2006. Net terug van een wereldfietsreis. Geen nagel om m’n kont te krabben maar wel op pad geweest met het nieuwste medicijn voor diabetes. Prima spul. Werkte fantastisch. Kon er bergen mee verzetten, woestijnen doorkruisen. Zou het iedereen willen aanraden. Het goedje was alleen schreeuwend duur en werd niet vergoed door de verzekeraars. Of liever gezegd: het werd niet vergoed door de AWBZ. En om daar verandering in te brengen werd ik als geheime wapen ingezet. En daar liet ik mij graag voor misbruiken. Iets wat goed werkt mag gezegd worden en dat deed ik dan ook. Voor mij een complete delegatie van verzekeraars en mensen uit het AWBZ circuit in strakke pakken en strenge gezichten, af en toe aantekeningen makend. De sfeer was enigszins gespannen en om dat te doorbreken ging ik alleen maar sneller en harder praten over de ongelofelijke voordelen van dit nieuwe medicijn. De ene reisfoto na de andere liet ik zien. Het ene avontuurlijke verhaal na het andere passeerde de revue. Ik was goed op dreef, kan niet anders zeggen. Goede chagrijn die mij eronder kreeg. Dit was voor mij het moment om te laten zien dat met een mooi product je gewoon een verschrikkelijk leuk leven kunt hebben. Na 15 minuten was ik uitgeraasd en liet mij in de comfortabele zetel terug vallen. Het werd stil. Gekras van pennen op papier, blaadjes die om werden geslagen.

In de rechterhoek lichte een kleine man zijn bril op en vroeg aan mij: ‘wat kost het en wat levert het op?’ Voordat ik het wist ontstond er een enorm tumult aan de tafel waarin de een na de andere met voor mij ongrijpbare cijfers naar voren kwam. De rode draad werd mij al snel duidelijk: de kosten van ontwikkeling van dit nieuwe medicijn had flink in de financiële reserves van de leverancier gehakt en dat moest worden terug verdiend. Een voor mij begrijpelijke redenering maar voor de verzekeraars totaal oninteressant. Er waren immers vergelijkbare producten met een wit label die veel goedkoper waren. En het verschil tussen dit witte label en het nieuwe medicijn waren toch niet zo groot?

En natuurlijk klopt dat. De verschillen lijken niet altijd groot. Je ziet dat ook in de fietsenmerken terug. De ene fiets kost 1800 euro terwijl een ogenschijnlijke vergelijkbare fiets 2500 euro moet kosten. Maar stel je eens voor dat je de ontwerpers, de ingenieurs, de ontwikkelaars er tussenuit zou halen en je alleen datgene verkoopt wat al bestaat, al is verzonnen. Natuurlijk, voor een korte periode zijn we lekker goedkoop uit. Maar voor de lange periode blijven we hangen in wat we nu hebben. Dan zouden we nu nog fietsen met canvas fietstassen, zwabberende fietsframes en knappende fietsspaken. Maar als je toch liever met waterdichte fietstassen fietst, banden die niet lek gaan, onderhoudsvrije schakelsystemen, krasvrije lak wilt rijden dan zul je moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling. Vooruitgang kost energie, kost tijd en kost geld.

Tsja, moeten we dan maar zonder meer alles betalen wat wordt gevraagd? Nee, natuurlijk niet. Over elke vraagprijs mag onderhandeld worden. Maar bij onderhandelen moeten er twee winnaars zijn. Een te scherpe prijs eisen kan de ontwikkeling vast laten lopen. Van fietsen en van medicijnen. En dan kies ik liever voor een product en een fabrikant waarvan ik weet dat er liefde in de ontwikkeling is gaan zitten.

Jonge Goden

‚En vanmiddag gaat het nog meer regenen. De wind trekt aan tot stormachtig en automobilisten met aanhangers wordt aangeraden bruggen en viaducten te vermijden’.

En daar sta ik dan. Fietsbroek nog op de enkels, wielershirt al aan, terwijl het nieuws op de achtergrond mijn oren bereikt. Het wordt dus kloteweer. Of beter gezegd, dat is het al. Wat doen we? Broek uit, broek aan? Even de twijfel. het is lekker warm binnen. Net een nieuwe CV ketel geïnstalleerd en het zou zonde zijn om die niet goed uit te proberen. Of misschien heb ik het nog ergens heel erg druk mee wat ik nu nog niet weet maar waar ik zeker binnen een paar seconden opkom. Mannen van veertig hebben het altijd ergens druk mee al is het maar omdat ze zich druk maken om de drukte die ongetwijfeld gaat komen en waar ze eigenlijk helemaal geen zin meer in hebben. Mannen van veertig staan op een kruispunt. Links de gezelligheid van een goede eettafel met romige spijzen en weelderige dranken en rechts de koude striemende regen die er alles aan doet om je volledig kapot te rijden. Mannen van veertig kiezen heel vaak onbewust het eerste. Geen verkeerde keuze. Het is warm, gezellig, en na elke training hunkeren we er weer naar.

Een klein groepje mannen van veertig jaar kiest ervoor om rechtsaf te slaan. Door de regen, door de ijzel, door de wind. Natuurlijk, allerlei andere factoren kunnen ook meespelen met die keuze. Het nog niet willen toegeven aan de jonkies, nog de branie hebben van een 18 jarige, verslaafd aan de adrenaline, niet zonder de kick van stijve spieren en warme choco kunnen. Allerlei factoren maar de rode draad is dat we allemaal rechtsaf zijn geslagen. We hebben geen buikje, de benen staan lekker strak, de blik turend in de verte en de geest opgeruimd. En terwijl gezin, carriere, vrienden en familie, je huis, je hypotheek, je aandacht dreigt op te eisen kies je elke week weer opnieuw om een aantal dagen verstek te laten gaan. Om een aantal dagen je been over het zadel te gooien en je vast te snoeren op je fiets.

En dat noem ik fanatisme. Een hele gezonde fanatisme. Mannen van veertig, ga daarmee door. Laat je niet gek maken door je omgeving. Laat je niet gek maken door dat kloteweer. Want aan het eind van de rit zit jij aan tafel met je vrienden. Zonverbrande kop, honger als een paard en de energie van een jonge meid. Kijk dan nog maar eens even om je heen en doe een kleine vergelijking. Proost mannen van veertig. Nog maar 8 maanden te gaan en dan gaat de zon schijnen.

Vering, mijn reet

Op de camping kwamen we ze tegen. Camping van staatsbosbeheer. In wat eigenlijk het voorjaar zou moeten zijn. Temperatuur ver onder nul die gelijk stond aan de liefde tussen de twee tortelduifjes voor ons. Zo rond de veertig. Grijs rond de slapen maar in het hoofd nog het gevoel dat de echte leeftijd rond de twintig was. Dat wil zeggen, bij de man. De vrouw had de pest erin. Behoorlijk de pest. Met haar old-style fiets tussen haar benen keek ze ons aan met een blik waar we veel zadelpijn, gezwollen steenpuisten en pijnlijke schouders in terug te vinden was. En voordat we er erg in hadden kwam er een enorme waterval aan klachten over haar fiets over ons heen met daar tussendoor verweven indirecte, maar steeds vaker directe, verwensingen naar haar man die zich zo had laten meeslepen met jeugdsentiment waardoor ze nu op een soort racefiets reed met mooi bruin stuurlint zonder vering, dito hard lederen zadel en een frame wat al bij de minste belasting zwabberend over het wegdek reed. ‘Staal geeft veel meer vering’, was het argument van haar man die hopeloos een poging deed om nog enig eigenwaarde overeind te houden. ‘Vering, mijn reet’, was het antwoord van vrouwlief. En toen manlief nog enigszins sputterde dat je zo’n unieke fiets wel moest inrijden was het duidelijk, hij moest buiten slapen.

Ik stook het vuur op en even later komt hij bij me zitten. ‘Ik lees alle web forums, lees alle websites, heb me er helemaal in verdiept en dan krijg je dit’, verzucht hij blazend boven een mok koffie. ‘Maar weet je wat het is Marco, ik ben er later achter gekomen dat veel van de forum leden zelf helemaal niet zoveel fietsen. Dat het ze vooral om het mooi maken van fietsen gaat en dat technieken van de jaren zeventig geadoreerd worden alsof daarmee de wereld is veroverd. Ik weet nu pas dat de nieuwe technieken veel robuuster zijn maar zeg dat niet tegen mijn vrouw. Want toegeven, dat nooit!’.

We zitten stil voor ons uit te kijken. Achter ons horen we het lachen van onze twee vrouwen. Lisette rijdt rond op de retro fiets van haar en zij bekijkt de stevige wereldfiets van Lisette. ‘Mooie fiets roept Lisette’, rijdt heerlijk. Ik stoot hem aan. Zeg Gerrit, ik mag je toch wel Gerrit noemen? ‘Tuurlijk’, bromt hij. ‘Ga naar je liefje toe, geef je ongelijk toe, verkoop dat stalen dranghek en kies een mooie nieuwe fiets uit. Dat doet heel even zeer maar daarna gaat ze lachen, is ze gelukkig en voordat je weet zit je met je kont op het strand van Zuid-Spanje waar je met haar naar toe bent gefietst midden door Frankrijk waar de zon altijd schijnt, zij geen last heeft van steenpuisten en het ‘s avonds in de tent heerlijk romantisch is.’ Zijn ogen beginnen te schitteren, hij kijkt me aan en draait zich om. Kom op schat, we gaan naar huis, we verkopen de de fiets. Op naar Spanje! Het wordt een hete zomer.

De sportvrouw

We houden allemaal van fietsen. Daar ga ik gemakshalve even van uit omdat u als lezer niet voor niets de rit naar de boekhandel hebt gemaakt om door weer en wind de nieuwste Bike & Trekking te bemachtigen. En heel misschien bent u, na het zwoegen op de dijk, terwijl de wind pogingen deed u van de aankoop af te houden, met een gelukzalige glimlach voor het haardvuur gekropen met twee veroveringen: een mooi tijdschrift en de gewonnen strijd met de elementen. Want eigenlijk kunnen wij als fietsers nooit verliezen. Als we een tijdslimiet niet halen dan is er wel het geluk van het afzien. Een metafoor voor het leven met dat verschil dat het eigenlijk nooit fout kan gaan.

Mijn zus houdt niet van fietsen. Nooit gedaan, zal ook nooit gaan gebeuren. In haar jonge jaren heeft ze wel eens een poging gedaan met een vriendje een fietstocht te maken. Liefde doet nou eenmaal gekke dingen met mensen. Maar met het uitmaken van de verkering verdween ook de liefde voor het rijwiel. In mijn beleving heeft zij nooit de strijd gekend van het pure afzien, het verse zweet, de wanhoop van het wel of niet kunnen halen van de eindstreep. Ik ben de avonturier, de sportman. Zij is het luxepaard. Maar mijn god, wat heb ik het al die jaren verkeerd gehad.

Mijn zus zit nu in een rolstoel. Heeft diabetes, haar nieren werken niet lekker en als ze opstaat is de kans groot dat ze door de duizeligheid gelijk weer omvalt. En met een beetje pech kan zit dit stukje niet meer lezen omdat haar gezichtsvermogen gereduceerd is tot het waarnemen van grote objecten. Kortom: mijn zus heeft behoorlijk wat tegenslag te verwerken gehad. Sterker nog: de kans is groot dat er nog veel meer tegenslag in het verschiet zit. En nu kom ik na elke fietstocht weer in Nederland met grote verhalen over de overwinning op de hoogste bergpassen en doorsteken door immens grote oerwouden. Zij knikt, is geïnteresseerd en een beetje jaloers. En terwijl ik doorratel kom ik er in een keer achter dat wat ik doe helemaal geen zak voorstelt. Helemaal niets, nappa, nada! Een beetje rondfietsen, meer is het niet! Mijn zus staat elke dag op met de wetenschap dat haar chronische ziekte haar weer voor een volgende verrassing kan bezorgen. Elke dag opstaan met het gevecht voor een goede dag. Een dag waarop ze wel even naar buiten kan. Wel even boodschappen kan doen. En misschien wel een klein stukje in een boek kan lezen dat in groot lettertype op haar beeldscherm staat. En nou zou je kunnen voorstellen dat ze als een depressieve meid door het leven gaat. In tegendeel. Ze doet vrijwilligerswerk om anderen, die het slechter hebben dan zij, te helpen. Ze lacht en vraagt wat mijn volgende fietsplannen zijn.

Mijn zus vecht, zweet, is af en toe wanhopig, maar geeft nooit op. Wat zij heeft bereikt stelt al mijn overwinningen in het niet. Mijn zus heeft overwinningen gedaan waarvan wij als wereldfietsers alleen kunnen dromen. Mijn zus is met haar chronische ziekte de echte sportvrouw van de familie. Ik stap graag van mijn troon om mijn plaats aan haar over te dragen. Zet hem op zus!