!Fotografie

Avonturier en fotograaf Marco Meijerink trok door meer dan 86 landen. Zijn beelden worden gepubliceerd in de internationale media. Regelmatig is hij te horen op de radio en te zien op televisie en geeft hij vele lezingen over zijn avonturen.


reisfotografie ! expeditiefotografie ! documentairefotografie !

 

 

Cambodja, de parel

 
Het noorden en het oosten van het land waren tot kort geleden moeilijk toegankelijk voor buitenlanders. Weinig wegen en de wegen die er waren bestonden uit karrensporen. Daarnaast was het moeilijk om aan goede kaarten van dit gebied te komen. En dat was jammer. In dit gebied bevinden zich de verborgen tempelcomplexen van Koh Ker en Preah Vihear. Goede kaarten zijn er nog steeds niet, maar langzaam maar zeker begint de infrastructuur op te komen. Via via horen we dat er een nieuwe weg loopt van Siem Reap naar Koh Ker. Waar die weg precies loopt en in welke staat de weg is kan niemand ons vertellen. De euro’s die we hebben uitgegeven aan kaarten en de gps-ontvanger lijken zinloos te zijn geweest. Maar één methode om de weg te vinden werkt altijd, vragen stellen. Hoe meer we met mensen onderweg in gesprek raken hoe meer we over de weg te weten komen. Het blijkt een prima, weliswaar ongeasfalteerde, weg te zijn. Langs de route staan verschillende bordjes die aangeven dat we ons midden in een gebied met mijnen bevinden. Landen als Frankrijk en Japan helpen de Cambodjaanse regering om de mijnen onschadelijk te maken die tijdens de burgeroorlog door verschillende partijen zijn gelegd. Helaas missen veel Cambodjanen een voet of een been. Verloren bij het bewerken van het land. We fietsen van heuveltop naar heuveltop. Het landschap is licht glooiend en op een heuveltop kijken we uit over een zee van groene jungle. Een dag later komen we aan in Koh Ker. Niemand is aanwezig. Wij zijn er alleen. Het tempelcomplex is een ruïne, een ruïne midden in de jungle. Als je je ogen dicht doet, hoor je de voetstappen van de monniken, het gezoem van de gebeden en ruik je het verbranden van wierrook.
 
Plons, plons, zuig, zuig, slop, slop……’poeh, ’t is wel zwaar hè?’ ‘Ja, dat kun je wel zeggen’, antwoord ik. ‘Lekker veel water. Nogal logisch dat die mensen hier in het regenseizoen opzien om 50 kilometer verderop te reizen’, zegt Lisette. ‘Ja, da’s dan een hele afstand’. ‘Weet je zeker dat het een goed idee was om vanaf Tbeng Meanchey naar Stung Treng te willen fietsen? Niemand lijkt de weg te kennen en veel weg zie ik nu eigenlijk ook niet’. ‘Ach, dat komt wel goed’, roep ik achterom, ‘gewoon blijven trappen’. ‘Zag je ook die vele posters met de waarschuwingen voor malaria? Met al die vochtigheid lijkt het me wel een hele klus om dat een beetje onder controle te krijgen’. Stapvoets fietsen we verder. Ondertussen de modderpoelen proberend te ontwijken. Af en toe komen we in een klein gehucht. Een paar houten huisjes op palen, meer is het niet. Mensen kijken ons vanuit de deuropening nieuwsgierig aan. We blijven staan, maken een praatje, ontmoeten nieuwe mensen. Langzaam passeren we enkele ossenkarren met daarop ruw gezaagde planken. Even verderop wordt een nieuw huis gebouwd. De ossenkarren zijn hier het beste vervoersmiddel. Het spoor is te smal voor auto’s. Een enkeling is met een kleine motor onderweg. Maar over het algemeen wordt er vooral gelopen. Zwijgend fietsen we verder. Shit, weer een rivier! ….’Oh, da’s mooi voor de foto’, roep ik tegen Lisette. ‘Als jij nou een stoere blik opzet en vol overgave door het water crost, maak ik een leuk plaatje…da’s leuk voor thuis…niet, toch?!’ Lisette kijkt bedenkelijk maar ik kan niet wachten. Mooie roodbruine kleuren van de grond, felle groene bomen en een heerlijke plas water waar een fiets prachtig doorheen kan rijden. ‘Je hebt toch niet voor niets waterdichte tassen’, roep ik nog. Ach, je weet hoe dat gaat in relaties, je weet dat het niet slim is maar de ander is zo leuk enthousiast, die wil je ook weer niet teleurstellen, dus zet Lisette aan. ‘Hard fietsen’, schreeuw ik, ‘dan spat het water mooi omhoog!’ En dat doet ze, ze fiets hard. Ze fietst hard omlaag. Tot ik alleen nog maar een stuur en een bagagedrager zie en Lisette die met een rood aanlopend gezicht alle zeilen bijzet om uit de rivier te raken..…. ‘Ok’, gromt ze nijdig naar mij, ‘dat doen we dus nooit meer!’ ‘Ja maar, de foto is niet scherp’, zeg ik nog terwijl ik naar mijn schermpje van mijn camera tuur. ‘Je bent nu toch al nat, nog één keertje?’