!Fotografie

Avonturier en fotograaf Marco Meijerink trok door meer dan 86 landen. Zijn beelden worden gepubliceerd in de internationale media. Regelmatig is hij te horen op de radio en te zien op televisie en geeft hij vele lezingen over zijn avonturen.


reisfotografie ! expeditiefotografie ! documentairefotografie !

 

 

Cambodja, de parel

‘Doen we het of doen we het niet? Steken we de grens over, wagen we het erop of laten we het links liggen?’ Zo stonden we 15 jaar geleden aan de grens van Thailand naar Cambodja. Als een dichte gesloten parel lag dit land ingeklemd tussen de grootmachten Thailand en Vietnam. In het land heerste een burgeroorlog met alle gebruikelijke verschrikkingen. Nu, jaren later, is het land min of meer tot rust gekomen en begint langzaam maar zeker de parel haar glans terug te krijgen.
 
De hoofdstad Phnom Penh is naar maatstaven van andere Aziatische steden als Bang Kok of Singapore, een groot dorp. Natuurlijk, het is er lekker “Aziatisch druk”. Op straat wordt gehandeld, overal zijn kleine winkeltjes en het verkeer van auto’s, brommertjes en fietsers rijdt kriskras door elkaar heen, maar het tempo waarin dit gebeurt is laag. Men tuft elkaar eerder voorbij dan dat dit gebeurt met een ongelofelijke snelheid. En dat is als fietser wel prettig. Gewoon je hand uitsteken en geheel tegen het verkeer in langzaam uitwaaien naar links of rechts, is de gewoonste zaak van de wereld. En als je daarin meegaat blijkt het fietsen in het ogenschijnlijke chaotische verkeer prima te lukken. Vanaf de hoofdstad nemen we de boot naar Siem Reab waar onze fietstocht begint.
 
De tempels van Angkhor Wat in de buurt van Siem Reab zijn wereldberoemd en niet zonder reden. Hier hebben meer dan een miljoen mensen gewoond en het Boeddhistische rijk bevatte gebieden van Myanmar tot Vietnam. De tempels staan nu op de lijst van Unesco en vele duizenden toeristen bezoeken dagelijks dit complex. Met onze fietsen rijden we langs de soms vervallen ruïnes. Tempels die niet meer worden gebruikt lijken de geest te zijn verloren. Maar in één hoekje van Angkhor Wat zitten een paar oude vrouwen gebogen voor een beeld van Boeddha. In hun handen rokende wierstokjes, mompelende gebeden stijgen op in de hoge ruimte. We zitten en we kijken. De tempel komt tot leven.

 
Het noorden en het oosten van het land waren tot kort geleden moeilijk toegankelijk voor buitenlanders. Weinig wegen en de wegen die er waren bestonden uit karrensporen. Daarnaast was het moeilijk om aan goede kaarten van dit gebied te komen. En dat was jammer. In dit gebied bevinden zich de verborgen tempelcomplexen van Koh Ker en Preah Vihear. Goede kaarten zijn er nog steeds niet, maar langzaam maar zeker begint de infrastructuur op te komen. Via via horen we dat er een nieuwe weg loopt van Siem Reap naar Koh Ker. Waar die weg precies loopt en in welke staat de weg is kan niemand ons vertellen. De euro’s die we hebben uitgegeven aan kaarten en de gps-ontvanger lijken zinloos te zijn geweest. Maar één methode om de weg te vinden werkt altijd, vragen stellen. Hoe meer we met mensen onderweg in gesprek raken hoe meer we over de weg te weten komen. Het blijkt een prima, weliswaar ongeasfalteerde, weg te zijn. Langs de route staan verschillende bordjes die aangeven dat we ons midden in een gebied met mijnen bevinden. Landen als Frankrijk en Japan helpen de Cambodjaanse regering om de mijnen onschadelijk te maken die tijdens de burgeroorlog door verschillende partijen zijn gelegd. Helaas missen veel Cambodjanen een voet of een been. Verloren bij het bewerken van het land. We fietsen van heuveltop naar heuveltop. Het landschap is licht glooiend en op een heuveltop kijken we uit over een zee van groene jungle. Een dag later komen we aan in Koh Ker. Niemand is aanwezig. Wij zijn er alleen. Het tempelcomplex is een ruïne, een ruïne midden in de jungle. Als je je ogen dicht doet, hoor je de voetstappen van de monniken, het gezoem van de gebeden en ruik je het verbranden van wierrook.
 
Plons, plons, zuig, zuig, slop, slop……’poeh, ’t is wel zwaar hè?’ ‘Ja, dat kun je wel zeggen’, antwoord ik. ‘Lekker veel water. Nogal logisch dat die mensen hier in het regenseizoen opzien om 50 kilometer verderop te reizen’, zegt Lisette. ‘Ja, da’s dan een hele afstand’. ‘Weet je zeker dat het een goed idee was om vanaf Tbeng Meanchey naar Stung Treng te willen fietsen? Niemand lijkt de weg te kennen en veel weg zie ik nu eigenlijk ook niet’. ‘Ach, dat komt wel goed’, roep ik achterom, ‘gewoon blijven trappen’. ‘Zag je ook die vele posters met de waarschuwingen voor malaria? Met al die vochtigheid lijkt het me wel een hele klus om dat een beetje onder controle te krijgen’. Stapvoets fietsen we verder. Ondertussen de modderpoelen proberend te ontwijken. Af en toe komen we in een klein gehucht. Een paar houten huisjes op palen, meer is het niet. Mensen kijken ons vanuit de deuropening nieuwsgierig aan. We blijven staan, maken een praatje, ontmoeten nieuwe mensen. Langzaam passeren we enkele ossenkarren met daarop ruw gezaagde planken. Even verderop wordt een nieuw huis gebouwd. De ossenkarren zijn hier het beste vervoersmiddel. Het spoor is te smal voor auto’s. Een enkeling is met een kleine motor onderweg. Maar over het algemeen wordt er vooral gelopen. Zwijgend fietsen we verder. Shit, weer een rivier! ….’Oh, da’s mooi voor de foto’, roep ik tegen Lisette. ‘Als jij nou een stoere blik opzet en vol overgave door het water crost, maak ik een leuk plaatje…da’s leuk voor thuis…niet, toch?!’ Lisette kijkt bedenkelijk maar ik kan niet wachten. Mooie roodbruine kleuren van de grond, felle groene bomen en een heerlijke plas water waar een fiets prachtig doorheen kan rijden. ‘Je hebt toch niet voor niets waterdichte tassen’, roep ik nog. Ach, je weet hoe dat gaat in relaties, je weet dat het niet slim is maar de ander is zo leuk enthousiast, die wil je ook weer niet teleurstellen, dus zet Lisette aan. ‘Hard fietsen’, schreeuw ik, ‘dan spat het water mooi omhoog!’ En dat doet ze, ze fiets hard. Ze fietst hard omlaag. Tot ik alleen nog maar een stuur en een bagagedrager zie en Lisette die met een rood aanlopend gezicht alle zeilen bijzet om uit de rivier te raken..…. ‘Ok’, gromt ze nijdig naar mij, ‘dat doen we dus nooit meer!’ ‘Ja maar, de foto is niet scherp’, zeg ik nog terwijl ik naar mijn schermpje van mijn camera tuur. ‘Je bent nu toch al nat, nog één keertje?’

 
Cambodja is voor het grootste gedeelte vlak. Ok, af en toe een heuveltje maar niet iets waar de gemiddelde fietser zich druk over maakt. Dat is anders in het noordoosten van het land. De provincies Mondulkiri en Ratanakiri bestaan voor het grootste gedeelte uit bergen en dichte bossen. Dit is het gebied van de Pnong. Een bergvolk met een geheel eigen cultuur. Ten tijde van het Rode Khmer regime waren er nauwe banden tussen de Rode Khmer en de Pnong. Dat lijkt in eerste instantie wellicht vreemd maar je moet niet vergeten dat het regime vóór de Rode Khmer de Pnong alles behalve goed gezind was. Het gebied is nog steeds moeilijk toegankelijk. Er loopt een onverharde weg naar de hoofdstad Sen Monorom maar daarna ben je als fietser aangewezen op smalle sporen die gemaakt lijken te zijn voor scooters, ossenkarren en natuurlijk fietsers. Het gaat allemaal langzaam. Een eigenlijk is dat voor dit gebied prima. Om in contact te komen met de Pnong heb je tijd nodig, veel tijd. Men kijkt de kat uit de boom en pas wanneer het duidelijk is dat je goede bedoelingen hebt, wordt je toe gelaten. Enigszins schuchter en wat terughoudend worden we onderweg uitgenodigd. Het is donker in het huis gemaakt van hout en gras. In een pan op het vuur pruttelt een soep met kikkerpoten. Mams heeft haar dochter op de arm. Een dikke snottebel maar wel een hartverwarmende glimlach. Wij lachen terug. Mams lacht ook. Tussen haar tanden een dikke sigaar geklemd, gemaakt van boombladeren en tabak. Ze neemt een ferme trek en vraagt of we een hapje willen mee-eten.
 
Donker, nacht, maanlicht glinsterend tussen de takken van de bomen door. Geritsel in het struikgewas. Een koele bries die de klamme warmte heel even lijkt te verdrijven. Onder een dun laken liggen we dicht bij elkaar. De klamboe vervormt een beetje ons gezichtsveld. Elke avond, wanneer het donker wordt, lijkt Cambodja tot rust te komen. Het land heeft nog het ritme van de zon van zoveel landen waar nog niet overal elektriciteit zijn intrede heeftgedaan. Met de nacht komt ook de loomheid, de zachte rust die over je neerdaalt na een dag lang fietsen. ‘Mooi hè’, fluister ik. ‘Ja’, antwoordt Lisette, ‘al weet ik eigenlijk niet precies waarom.’ ‘Heb ik ook, ik heb het hier heel erg naar mijn zin maar kan ook niet precies zeggen waarom dat zo is. Het is vlak, er zijn geen waanzinnige mooie bergen, er is veel eindeloze jungle, veel donkerrode paadjes die naar niets lijken te gaan. De dorpjes stellen niet veel voor, de mensen zijn niet kleurrijk gekleed. Het zou eigenlijk bijzonder saai moeten zijn’…..’tja, zucht Lisette, gek hè, maar het voelt heel erg goed.’ We zijn even stil….. ‘Weet je, misschien is het wel zo dat het fietsen in Cambodja je de ruimte geeft om echt te kijken. Niet van de ene toeristische hot-spot naar de andere, maar gewoon op een heel mooie manier fietsen door een mooi land.’ ‘You want chicken sir?’ ‘Hè, wat?’ ‘Chicken? sir? You want diner?’ Verbaasd kijk ik de man aan van het hutje waarnaast we vandaag onze klamboe hebben opgehangen. Hij vertelde bij aankomst dat hij malaria heeft en dat we vooral onze gang moesten gaan maar dat hij niet al te veel kon doen. En nu staat hij met een levende kip in zijn handen voor onze neus. Groot mes, een kleine schreeuw, en de kip is onthoofd. Vrienden komen erbij, er wordt wat gedronken en de sfeer is opperbest. Twee uur zijn ze druk in de weer met het eten. We helpen mee maar blijken wat minder handig te zijn met het villen van levende kippen dan de gemiddelde Cambodjaan. Verse kip met rijst en nog wat prutjes die in het kaarslicht moeilijk zijn te onderscheiden. Smaakt allemaal prima. Afwas wordt er niet gedaan, de pannen worden schoongelikt door de honden. Na het eten kruipt iedereen in de hangmat en even later is het weer stil. ‘Lekker hè?’ verzucht ik. ‘Mmmmm,’ antwoordt Lisette. Mooi land dat Cambodja…..
 

Artikel is verschenen in:

Tijdschrift Bike & Trekking Tijdschrift Op Pad