!Fotografie

Avonturier en fotograaf Marco Meijerink trok door meer dan 86 landen. Zijn beelden worden gepubliceerd in de internationale media. Regelmatig is hij te horen op de radio en te zien op televisie en geeft hij vele lezingen over zijn avonturen.


reisfotografie ! expeditiefotografie ! documentairefotografie !

 

 

Fietsen in Bretagne

 
In vroegere tijden liepen er door Bretagne verschillende kleine smalspoorlijnen die in de loop van de tijd zijn opgedoekt. Jammer voor de treinreizigers maar erg mooi voor de fietsers. Langs een lint van oude stations en kleine spoorwegovergangen fietsen we naar het zuiden. De route gaat maar langzaam op en neer. Echte beklimmingen zijn er niet. Bij elk verlaten station begint ons hart sneller te kloppen. ‘Is dit een goede plek’, vraag ik Lisette?‘Mmm, ja, ik denk het wel. Het dak ziet er nog goed uit maar we moeten wel iets aan de isolatie doen. En natuurlijk moet alle bedrading worden aangelegd. Wel een flink stuk grond erom heen waar we zeker wat mee kunnen doen’. ‘Waar is de openbare weg eigenlijk?’, vraag ik om mij heen kijkend Veel van de verlaten stations worden niet meer ontsloten door bestaande wegen en ook hier is dat het geval. Alleen een fietspad brengt ons naar het volgende dorp. ‘Da’s eigenlijk best wel goed’, mijmer ik. ‘Naar huis op de fiets, goed voor de gezondheid’. We fietsen door en dromen over een huisje in Frankrijk. Dromen die waarschijnlijk nooit werkelijkheid worden maar die er wel voor zorgen dat we nog beter naar het gebied kijken. Hoe meer we van de kust af fietsen hoe meer het boerenland op komt. Goed beschouwd wordt het binnenland van Bretagne niet gekenmerkt door grote monumenten of grote toeristische trekpleisters. Het is de gemoedelijke sfeer, het authentieke karakter en vooral de eerlijkheid van de mensen die ons bijzonder aanspreekt. De inwoners van Bretagne hebben de directheid van de Nederlanders . ‘Dat haal je nooit!’. Een oude gerimpelde man vraagt waar we naar toe op weg zijn terwijl we langs het kanaal Le Viex Bourg even zitten uit te rusten. ‘Dat haal je nooit. Vanaf St Malo naar Rennes is het meer dan 100 kilometer. Veel te veel kilometers om ook nog lekker van het land te genieten. Het is vandaag zondag. Neem de tijd. Zoek een terras op in Dinan en geniet van een goed glas wijn’. Hoewel mijn Frans niet bijzonder goed is, is de oude man prima te verstaan. Het dialect in Bretagne lijkt meer vat op mij te hebben dan het zware Frans van Centraal Frankrijk. ‘Wat je ook kan doen is een heel andere weg nemen. Wel iets meer klimmen maar dan kun je en een goed glas wijn drinken en nog op tijd in Rennes arriveren’. De oude man beschrijft uitgebreid een schitterende route en somt vol overgave de verschillende dorpjes en de daarbij wonende familieleden op. Hij heeft een grote familie.
 
Vanaf Rennes nemen we de trein naar Morlaix. In sommige treinen zijn speciale ruimtes gemaakt waar de fietsen verticaal opgehangen kunnen worden. Tassen eraf en de dikke banden tussen de klemmen wurmen. Twee uurtjes later ploffen we neer op de zachte bank van Manoir de Coat Amour. Een zeer luxe jachtslot uit 1451 waar de tijd stil lijkt te hebben gestaan. De Engelse eigenaar doet er alles aan om het ons naar de zin te maken. Natuurlijk weer een goed glas wijn maar ook verhalen hoe hij als buitenlander hier in Frankrijk een bestaan heeft weten op te bouwen. Lisette en ik kijken elkaar aan. Toch een huis in Frankrijk kopen?
 
Even ten noorden van Morlaix liggen uitgebreide kweekgebieden voor oesters. Grote bakken met kleine oesters worden twee keer per dag voorzien van vers water door de sterke eb en vloed. Oesters groeien alleen maar wanneer het water van hoge kwaliteit is. En dat is hier in Bretagne het geval. Hoewel we in de eenentwintigste eeuw leven is het kweken van oesters voornamelijk handwerk maar wel handwerk dat we hogelijk waarderen. Rond de oestergebieden liggen verschillende kleine lokale restaurants waar de oesters met goede wijn erg goed zijn weg te spoelen. Oesters moeten tenslotte zwemmen. Hoe meer we door Bretagne fietsen hoe meer we erachter komen dat het meer een drink- en eetvakantie lijkt te worden dan een fietsvakantie. Natuurlijk, we fietsen nog steeds een flink aantal kilometers maar de tijd dat we niet fietsen wordt voornamelijk ingenomen met het testen van de lokale keuken. ‘Vind je dat erg’, vraag ik Lisette? ‘Wat bedoel je?’, klinkt het dromerig achter me.
 
‘Het kanaal Nantes-Brest is een aaneenschakeling van gekanaliseerde rivieren en vormt zo een waterweg van Oost naar West-Bretagne. De waterweg is tussen 1811 en 1842 aangelegd en was hard nodig voor de binnenlandse verbinding van de havensteden St.Malo, Lorient, Nantes en Brest. In die tijd maakten de Engelsen de zeeën onveilig en de Fransen blokkeerden de havens waardoor de Bretonnen aangewezen waren op binnenlands vervoer. Langs het hele kanaal is nu een fietspad aangelegd van meer dan 300 kilometer lang waarbij je 237 sluizen passeert. ‘Adresse tes prières à Dieu mais continue de ramer!’ ‘Hè, wat, snap jij er wat van?’, vraag ik Lisette. De vrouw begint te lachen. ‘Adresse tes prières à Dieu mais continue de ramer’, herhaalt ze nog een keer. ‘Zo zitten wij Bretonnen in elkaar. Bidt tot God maar ga vooral door met roeien. Wij zijn pragmatisch ingestelde mensen. We kennen de woestheid van het land, het grimmige karakter van de zee. Wij zijn daar niet bang voor. Het heeft ons gemaakt tot wat we zijn. Hard werkende doorzetters die houden van dit land. Maar misschien moeten wij nog wel leren wat jullie toeristen eigenlijk willen.’ Wij kijken elkaar niet begrijpend aan. Halverwege het kanaal in het plaatsje Josselin hebben we Maria ontmoet. Een druk pratende, en ondertussen handelende vrouw, die ons mee heeft genomen naar een kleine gite. Voordat we het weten staat er cider voor ons op tafel samen met verschillende soorten koeken en hapjes. Het belooft weer een goede avond te worden. ‘Hoe bedoelt u dat u moet begrijpen waarvan toeristen houden. Dat heeft u toch net laten zien?’, vraag ik verbaasd. ‘Ja, maar Bretagne heeft geen pretparken, niet veel uitgaansgelegenheden, geen grote toeristische attracties’, antwoordt Maria druk pratend. ‘Maria, ga eens zitten’, zeg ik streng. ‘Bretagne heeft mooie oude plaatsen, heerlijk eten en drinken, rustig golvend landschap waar je prima kunt fietsen, wandelen en kanoën, zuivere lucht en vooral eerlijke mensen. Jullie hebben alles wat goed is. Misschien zou de oplossing kunnen zijn door niet Bretagne te veranderen maar de klantenkring. De toeristen met het levenmotto: Adresse tes prières à Dieu mais continue de ramer! Dat lijkt me veel beter aansluiten op elkaars behoeften. We lachen en proosten op elkaar, het leven, het eten. Het leven is goed in Bretagne.
 
Artikel is verschenen in het tijdschrift
Tijdschrift Bike & Trekking